Alles wat je aandacht geeft, groeit

Zo luidde een reclamezin van een bank. Dat geldt zeker voor bloemen en planten, maar ook voor ons koorrepertoire. Onze aandacht voor madrigalen, de laatste maanden, heeft ons begrip voor madrigalen vergroot, ons vermogen om ze te zingen positief beïnvloed, en zelf zijn we er ook beter van geworden, door bezig te zijn met het vele wied- en snoeiwerk, dat erbij hoort, al geniet de één daar duidelijk méér van dan de ander. Wij zijn niet op zoek geweest naar de zwarte tulp onder de madrigalen, door vergelijking en kruising, we hebben geen boeket vol schakeringen van één kleur. Ons programma lijkt misschien nog het meest op een veldboeket, maar dan wel een zorgvuldig gecultiveerd veldboeket.

Convocaal zingt vandaag een programma met Engelse, Italiaanse en Nederlandse madrigalen uit de renaissance, barok en uit de moderne tijd. Uit de begintijd van het madrigaal, het ‘Trecento’ [1325-1450] staan geen composities op het programma, omdat het repertoire uit die tijd minder geschikt is voor een kamerkoor als Convocaal. De oudste madrigalen die wij zingen zijn die van Sandrin, Certon en Arcadelt, redelijk eenvoudig van textuur, overwegend homofoon, te rekenen tot de madrigalen uit de vroege renaissance [tot 1550].

Dan zijn er werken uit de middenperiode [1550-1580], die polyfoner worden [Palestrina, Byrd] en werken uit de late renaissance [1580-1600], waarin chromatiek een belangrijke rol gaat spelen, en ook het verwerken van tekstuitbeelding in de muziek [De Wert].

Madrigalen uit de barok [1600-1650] vormen het sluitstuk van de oude madrigalen. De madrigaalvorm raakt in onbruik door de opkomst van de opera, componisten gebruiken ‘nieuwe middelen’ maar behouden de oude naam [Schütz, Monteverdi]. Vaak zijn ze te begeleiden met een basso continuo, een basinstrument zoals de cello of de fagot en een akkoordinstrument zoals clavecimbel, theorbe of harp. Wij laten deze praktijk vandaag buiten beschouwing, en voeren ook deze madrigalen a capella uit.

Uit de moderne tijd komen bij Convocaal madrigalen aan de orde van Hindemith, als voortzetting van het thema ‘zwaan’ , dat we bij Arcadelt en Gibbons al zagen, De Klerk, die een eigentijdse zetting maakte van Sandrin’s “Doulce memoire”, Clement, wiens madrigalen op teksten van Maarten van den Elzen Convocaal al eerder compleet uitvoerde, en Van Rossem.

Zijn madrigaal ‘Daar onder die appelboom’, titelmadrigaal van ons concert schonk Andries van Rossem ons na een eerdere samenwerking, en wordt vandaag voor het eerst uitgevoerd. De tekst van Judith Herzberg refereert aan het Hooglied, roept beelden op van verliefdheid, liefde en erotiek, maar ook van ‘geheimenis’. Dat doet de muziek –Van Rossem bedient zich natuurlijk, net als Hindemith en Clement, van andere middelen dan de ‘oude componisten’ ook: en het mooie is, dat een geheim altijd aanleiding geeft tot verschillende bespiegelingen, andere mogelijkheden en invullingen. De muziek is daarmee niet een dichtgetimmerd en meetbaar medium, met maar één mogelijke uitvoering, maar juist een aanleiding tot bemesten, water geven, wieden en afwachten hoe het groeit en bloeit, om daarvan te genieten.

Geen reacties meer mogelijk.